Leerlingen verdienen onderwijs dat op hun leermethode, leersnelheid en interesse is afgestemd. Daarvoor moet vanaf het begin van de basisschool maatwerk geboden worden. De citotoets wordt aangepast, zodat die ook leermethode en interesse van de leerlingen meet. Op basis daarvan, en het advies van de leraar, worden ze naar een schooltype gestuurd. Deze selectie en keuze is niet definitief. Leerlingen kunnen gedurende hun hele schooltijd overstappen van schooltype. Scholen maken daarvoor aparte instroom-klassen waarin deficiënties weggewerkt kunnen worden.
Er komt ruimte voor schooltypen die het kennis- en redeneerniveau van de leerling niet als uitgangspunt nemen. Onderwijs moet aansluiten op de kwaliteiten van leerlingen. Andere methoden als die van meester en gezel of het leren door iets gewoon te doen krijgen dan de ruimte. Zo kunnen ook leerlingen die binnen het huidige schoolsysteem niet goed tot hun recht komen zich optimaal ontwikkelen. Er komt ruimte voor nieuwe schooltypen, die zich buiten de klassificatie vmbo-havo-vwo wagen.
Binnen de schooltypen komt er meer ruimte voor verschillende lesmethoden. Sommige leerlingen leren een taal op een natuurlijke wijze door veel te lezen en tv in die taal te kijken, anderen presteren beter wanneer ze woordjes en grammatica apart kunnen leren. Sommigen leren door te experimenteren, anderen door de regelmatigheden uit het hoofd te leren. Anderen willen het gewoon doen, met aanwijzingen van een ervaren meester. Lesmethoden worden ook binnen de school meer op de leerling afgestemd.
Naarmate leerlingen ouder worden, wordt ook de keuze van de onderwerpen waarin ze zich willen specialiseren belangrijker. De diversiteit van onderwerpen en de mogelijke combinaties van onderwerpen wordt steeds groter. Leerlingen zouden al op de middelbare school diepgaande kennis moeten kunnen opdoen over een beperkt aantal onderwerpen die ze in het vervolgonderwijs(mbo, hbo, wo) kunnen volgen. Zulke kennis zorgt voor betere keuzen van de leerling en motiveert hen door aan te sluiten bij hun interessegebied. Leerlingen krijgen binnen het lesprogramma van de middelbare school al de ruimte vervolgonderwijs elders te volgen. Door ervaring met het vervolgonderwijs wordt de aansluiting tussen middelbaar en vervolgonderwijs (mbo, hbo en wo) verbeterd.
Komt de leerling eenmaal in het vervolgonderwijs, dan moet hem totale vrijheid van vakkenkeuze aangeboden worden. De meeste leerlingen zullen kiezen voor vooraf opgestelde vakkenpakketten die aansluiten op bepaalde beroepsvereisten. Wie dat wil, is vrij de eigen kennis- en vaardigheidsbehoefte te bepalen en daar een zelfgekozen studiepad bij te volgen. Hierbij moeten ook vakken uit andere instellingen en schooltypes gevolgd kunnen worden.
Ook als de leerling eenmaal werkt, moet hij vrij blijven terug naar school te gaan en naar eigen keuze onderwijsvakken te volgen.
Voor mbo- hbo- en wo-vakken geldt slechts één beperking: de leerling moet aantonen aan de noodzakelijke ingangseisen van het vak te voldoen. Daarbij kan de leerling kiezen de resultaten van andere (vereiste) gevolgde vakken te tonen, of door een ingangstoets voor het vak te doen. Alle andere selectiemethoden verdwijnen.