Mobiliteit is goed
Mobiliteit is goed voor netwerken, het mengt gemeenschappen, stimuleert mensen initiatief te nemen en zorgt dat mensen contacten langer onderhouden. Bovendien zorgt mobiliteit voor persoonlijke ontmoetingen die de band tussen mensen versterken.
Mobiliteit moet door de overheid niet beperkt worden. Reizen kost tijd, en daarmee is automatisch een rem op onnodige mobiliteit aanwezig.
Vanwege de positieve aspecten van mobiliteit hoort mobiliteit gestimuleerd te worden. Via prikkels kan de vorm van mobiliteit wel beïnvloed worden.
Door het openbaar vervoer gratis te maken wordt het verschil in prijs tussen openbaar vervoer en de eigen auto zo groot dat een daadwerkelijk significante verschuiving naar het openbaar vervoer mogelijk wordt. Hiermee komt er ook ruimte op de snelwegen.
Knelpunten op de snelweg moeten worden beperkt, maar daarbij moet rekening gehouden worden met de beperkte capaciteit van steden om verkeer te verwerken.
Door vaker en eerder gebruik te maken van de snelheidsregulerende borden boven de snelweg, kunnen files worden voorkomen.
’s Nachts kan bij goed zicht op de linker baan van snelwegen harder gereden worden, zolang het passeren van andere auto’s maar niet met meer dan 20 kilometer per uur verschil gebeurt.
In plaats van het uitbreiden van bestaande wegen is het goed nieuwe, snellere technieken te ontwikkelen en toe te passen. Met nieuwe technieken is het mogelijk wegen aan te leggen waarop in daarvoor geschikte auto’s ruim 200 kilometer per uur gereden mag worden. Er moet onderzoek gedaan worden naar zo’n wegennet voor de langere afstanden in Nederland en naar de grote steden in buurlanden.

