Mens is groepsdier
De mens is in de eerste plaats een groepsdier, dat in de loop van de geschiedenis is uitgegroeid tot een dier dat met veel meer groepen om moet gaan. Net als apen leven ze in groepen, die kunnen variëren van een gezin tot een godsdienst, van een vereniging tot een volk, van een stam tot een klasse. De mens als individu is steeds een actor in alle groepen waarin ze handelt, maar de groep bepaalt voor een groot deel binnen welke grenzen dat handelen moet plaatsvinden.
In culturen waarin stammen vrijwel geen contact hebben met andere stammen, is dit geen groot probleem. De meeste groepen vallen met elkaar samen. In zo’n samenleving is de speelruimte van het individu gering en de druk van de groep op het handelen van het individu groot. Meestal is er wel ruimte voor verschillende individuën, bijvoorbeeld omdat er een duidelijke taakverdeling is tussen de groepsleden en omdat er verschillende bijzondere posities in de groep verdeeld kunnen worden. De rollen van stamhoofd, dorpsgek en medicijnman kunnen zo de meest afwijkende individuën binnen de groep alsnog een plek geven. Maar lukt dat niet, dan is er voor het individu weinig andere keuze dan zich aanpassen of vertrekken. Dat laatste vaak met de dood als gevolg.
Verschillende groepen
In culturen waarin groepen mengen, wordt de rolkeuze van het individu belangrijker. Het individu krijgt in verschillende groepen de kans zijn rol te kiezen, terwijl in andere groepen het individu een rol krijgt toegewezen. Ook kan het individu zich bij verschillende nieuwe groepen aansluiten of zich uit bepaalde groepen terugtrekken, maar dat geldt niet voor elke groep.
Afhankelijk van de combinatie van groepen waarin een individu zich, gekozen of gedwongen, bevindt, volgt het individu zijn eigen wegen. Soms lopen die soepel samen, soms moet er een flinke spagaat gemaakt worden. En afhankelijk van die wegen kan de individu vervolgens zelf (beperkte) keuzen maken.
Het wereldbeeld van Joeri Oudshoorn houdt er rekening mee dat de mens een groepsdier is.

